Frank is op de dool. Sinds Simone hem zonder boe of ba verliet en de kinderen meenam, drinkt hij meer dan goed voor hem is.

 

De eerste weken dat ze weg was, genoot hij volop van zijn herwonnen vrijheid. Geen gezaag meer over te laat thuis komen en uitgestelde klusjes in het huis. “Die komt  wel terug”, dacht hij.

Maar Simone kwam niet terug.

 

De lange nachten op café, het leven op friet, pitta, dr Oetker en  zijn dagelijkse pakje sigaretten eisten langzaam hun tol. Frank was steeds vaker afwezig op het werk. Zijn ploegbaas had in het begin nog begrip voor de situatie maar Franks afwezigheden en zijn temperament, dat steeds opnieuw voor conflicten onder de collega’s zorgde, lieten hem geen keuze: Frank werd ontslagen.

 

Frank reageerde in eerste instantie gelaten op het ontslag: “Weer iemand minder die dacht hem te kunnen zeggen wat hij wel of niet moet doen.”

Meer vrijheid, meer tijd om op café te gaan. Het gebrek aan inkomen kon hij met zijn spaarboekje wel opvangen.

Brieven bleven ongeopend. “Administratie, dat was altijd al iets voor Simone.”

 

Op een dag, nu twee  jaar geleden, stond de deurwaarder voor de deur. Frank schold de man zijn woning uit, maar toen deze terug kwam met de politie, had Frank natuurlijk geen verhaal meer.

 

Frank belandde op straat. Op café beter gezegd. Zolang hij geld had, slaagde hij er nog in om, door veel te trakteren, steeds iemand te vinden die hem voor enkele dagen in huis nam.

Maar steeds opnieuw kwamen er ruzies van en moest Frank op zoek naar een goede ziel.  En stilaan raakte zijn spaarboek leeg.

 

Op aanraden van een straathoekwerker ging hij naar het CAW. Daar zat hij dan in de wachtzaal, tussen stinkende daklozen, junkies en vreemdelingen. Het moment dat hij eindelijk op gesprek mocht, was hij doodnerveus. Toen de assistente dan ook nog eens het lef had om te suggereren dat ie misschien wat minder lange tenen moest hebben, was de maat vol voor hem. Met slaande deuren en een scheldtirade stormde hij naar buiten. Daar zagen ze hem niet meer terug.

 

Vandaag spendeert Frank de meeste van zijn dagen op een bankje aan of in het station. Hij drinkt zijn Cara-pils en mijmert over de goede tijd met Simone. Hij heeft zijn kinderen al twee jaar niet meer gezien. Voordat hij Timo en Liesje weer onder ogen durft te komen, moet hij eerst een huis weten te vinden.